Laatste berichten

Laatste reacties

  • ...an interesting post over
web-log.nl, powered by TypePad

Lift

Zowel mijn appartement als mijn werkkamer bevinden zich op de vierde verdieping. Makkelijk, zo zou je zeggen, maar aangezien de straat tussen de twee gebouwen in alleen een begane grond heeft moet ik toch de nodige keren per dag omhoog en omlaag.

Gelukkig hebben mijn flat en het instituut waar ik werk allebei een lift. Apparaten waar ik, aangezien ik bijzonder lui ben, graag gebruik van maak. Bovendien: iemand heeft me ooit verteld dat traplopen eigenlijk heel slecht voor je is, en hoewel ik geen idee meer heb wat de reden daarvoor was, wie het me vertelde, en hoe betrouwbaar die bron was, vermijd ik graag elk risico.

Helaas gaat het leven van een liftgebruiker in Portugal niet over rozen. Waar in Nederland ongetwijfeld dikke boeken met veiligheidsvoorschriften bestaan waaraan zelfs de kleinste goederenlift moet voldoen, lijkt het er in Portugal gewoon om te gaan dat je een ding hebt dat omhoog gaat, en als het even kan ook weer omlaag. Hoe dat precies gebeurt en welke doodsangsten de gebruiker daarbij moet uitstaan doen er verder niet veel toe.

De lift in mijn huis is dan ook een angstaanjagend exemplaar. De schokken waarmee het ding op gang en tot stilstand komt geven je het gevoel dat je je in een eftelingattractie bevindt. De plaatjes aan de wand, die beeldend uitleggen wat je vooral níet moet doen als je de verdieping van bestemming heelhuids wilt bereiken, zijn ook niet direct bevorderlijk voor een aangename liftervaring.

Nee, dan de lift op mijn werk. Een keurige business-lift, met deuren die elegant openglijden, een aangename versnelling en vertraging, en een nette "ping!" als de bestemming is bereikt. Het enige dat nog ontbreekt is een riedeltje Jan Vayne op de achtergrond. Nou, dat is niet helemaal waar. Iets anders wat vaak onbreekt is de lift zelf.

Niet dat de lift stuk is, of voor onderhoudswerkzaamheden gesloten... Het ding kómt gewoon niet. Stel, bijvoorbeeld, dat u van de tweede naar de vierde verdieping wilt. De lift heeft een knopje met een pijltje omhoog en  een met een pijltje omlaag, dus wat doet u? U drukt op het pijltje omhoog, toch? Daar wilt u immers heen. Nu hangt er boven de lift een paneeltje met daarop twee lampjes: óók een met een pijltje omhoog en een met een pijltje omlaag.

Meestal gaat dan een van de twee lampjes branden - laten we zeggen, het pijltje omhoog. Ik interpreteer dat als: "De lift is nu onder u, en komt naar boven." Kennelijk klopt dat ook, want meestal hoor ik na een tijdje de lift langszoeven, gaat het pijltje omhoog uit, en het pijltje omlaag aan. Maar wacht even... Als de lift langszoeft beweegt hij toch nog steeds omhoog? Moet dan niet hetzelfde lichtje blijven branden? En belangrijker: waarom zoeft de lift überhaupt langs als ik erin wil?

Dit proces herhaalt zich meestal een keer of vier. Soms gebeurt er ook gewoon een minuut of langer niets. Je zou verwachten dat er in die tijd mensen in- of uitstappen, maar zo druk is mijn instituut helemaal niet, en vrijwel altijd is de lift uiteindelijk leeg als hij aankomt.

Ik verdenk de liftsoftwareprogrammeurs ervan een goede practical joke uitgehaald te hebben. "Een lift voor theoretische wis- en natuurkundigen? Ha, we zullen ze eens laten zien hoe techniek in de praktijk werkt!"

Ik wil bij dezen de persoon die mij destijds verteld heeft dat traplopen ongezond is dan ook vriendelijk verzoeken zich te melden. Ik krijg graag wat meer uitleg. Ik overweeg namelijk sterk om voortaan toch wat vaker de trap te nemen.

Wasmachine

Mijn wasmachine was stuk. Van de ene op de andere dag, en zonder een duidelijke aanleiding. Het ding weigerde opeens gewoon te werken. Als ik de machine aanzette ging het rode lichtje branden, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Geen water, geen draaiende trommel, niet eens een klikje van de programmaklok.

Ik keek eens goed naar het apparaat. Zette de aan/uitschakelaar nog eens uit en aan. Controleerde of de kraan open stond. Duwde het deurtje nog eens extra goed dicht. Wiebelde een beetje met de trommel, en keek of er niet ergens een oude sok de boel blokkeerde. Zette de machine nogmaals aan, maar allemaal zonder resultaat.

Gelukkig heb ik een zeer behulpzame huisbaas. Als ik ook maar het kleinste probleem heb komt hij direct opdraven om me te helpen. Goed, daarvoor maak ik dan ook maandelijks een fors percentage van mijn salaris aan hem over, maar toch - je moet het maar treffen. Het feit dat we allebei fysici zijn en op hetzelfde instituut werken komt de bereidwilligheid waarschijnlijk ook wel ten goede. Hoe dan ook, direct na het weekend ging er een e-mailtje de deur uit, en op donderdagavond stond de huisbaas op de stoep. Ik vertelde het verhaal en toonde hem de kapotte machine.

Hij keek eens goed naar het apparaat. Zette de aan/uitschakelaar nog eens uit en aan. Controleerde of de kraan open stond. Duwde het deurtje nog eens extra goed dicht. Wiebelde een beetje met de trommel, en keek of er niet ergens een oude sok de boel blokkeerde. Zette de machine nogmaals aan, en met een vertrouwde klik begon het wasprogramma.

Zoals u weet ben ik een theoretisch fysicus. Mijn huisbaas is een experimentator. Ik denk dat we dat maar zo moeten houden.

Begrip

De natuur is niet eenvoudig te begrijpen. Laat u niets wijsmaken: wij fysici hebben óók geen idee hoe de natuur werkt. Wat we wel kunnen is het opstellen van modellen die de natuur soms in redelijke mate beschrijven. Een zo'n model, het model dat ik bestudeer, is de snaartheorie.

Nu is de snaartheorie behoorlijk ingewikkeld. Het centrale idee, zoals de naam al zegt, is dat de elementarie bouwstenen van ons heelal snaren zijn, en niet - zoals gebruikelijker is om aan te nemen - puntvormige deeltjes. Het vervelende is alleen: aan puntvormige deeltjes valt veel makkelijker te rekenen dan aan snaren. Snaren kunnen trillen, en dat maakt ze lastig. En dus gebruiken natuurkundigen graag het concept van een "effectieve veldentheorie": een benadering van de snaartheorie waarin de snaren vervangen worden door puntdeeltjes.

Nu zijn zulke effectieve veldentheorieën nog altijd beslist niet eenvoudig. Als ik een wiskundige vergelijking voor u zou moeten opschrijven die zo'n effectieve veldentheorie beschrijft, dan zou die vergelijking vele termen bevatten en meerdere regels in beslag nemen. Gelukkig zijn er diverse vraagstukken te bedenken waarvoor we maar een klein deel van al die termen nodig hebben. En wat nog mooier is: we kunnen de snaartheorie inperken tot een veel eenvoudiger subsector, die ons precies die relevante termen oplevert! Die subsector wordt de "topologische snaartheorie" genoemd.

De snaren uit de snaartheorie trillen niet in onze drie, maar in maar liefst tien dimensies. Drie van die tien dimensies zijn de dimensies de we om ons heen zien. Een vierde is de tijd, en de andere zes dimensies zijn onderdeel van een ingewikkelde wiskundige constructie die een "Calabi-Yauvariëteit" wordt genoemd. Stelt u zich een zesdimensionale aardappel voor - zoiets. Wat zegt u, kunt u zich bij een zesdimensionale aardappel niets voorstellen? Maakt u zich geen zorgen: ik ook niet. Hoe dan ook, zulke Calabi-Yauvariëteiten zijn flink ingewikkeld. En dus vereenvoudigen we ze graag tot zogenaamde "conifolds". Laten we zeggen: zesdimensionale ijshoorntjes in plaats van aardappels.

Aan topologische snaren die trillen op zulke zesdimensionale ijshoorntjes kun je, verbazend genoeg, daadwerkelijke berekeningen doen. Nou ja... Je kunt een eerste-ordebenadering van zulke berekeningen maken. Als je vervolgens tijd en geduld genoeg hebt kun je ook correcties uitrekenen die je vertellen hoe goed die eerste-ordebenadering was. Maar het blijft een gedeeltelijke berekening; het exacte antwoord krijg je nooit helemaal.

Mensen vragen mij vaak: "Wat doe jij nu precies?". Welnu, hier hebt u het antwoord: ik houd me bezig met het gedeeltelijk berekenen van correcties op een vereenvoudiging van een subsector van een benadering van een model van de natuur. Nu is dat nogal een mond vol, dus om het voor de niet-fysicus wat eenvoudiger te houden vatten we dat meestal samen als "het begrijpen van de natuur". Dat ligt toch een stuk lekkerder in het gehoor, vindt u ook niet?

Lopen

Wanneer ik in een onbekende stad kom ontdek ik die het liefst te voet. Een auto heb ik niet, fietsen is meestal gekkenwerk, vanuit metro's zie je niets, trams en bussen rijden zelden de toeristische routes, en taxi's worden al gauw erg prijzig. Kortom: ik loop. En - zoals je dan altijd als een soort van excuus daaraan hoort toe te voegen - het is nog gezónd ook.

Het is leuk om te zien hoe elke stad zijn eigen ongeschreven voetgangerswetten kent. Ik heb u hier al eens gefrustreerd verteld hoe ik in Zweden en Frankrijk tegen iedereen opliep omdat ik mensen rechts wilde inhalen, terwijl men dat daar links deed. Opvallend genoeg passeert men hier in Lissabon ook al links, dus ik begin te vermoeden dat wij Nederlanders de vreemde eend in de bijt zijn. Als er lezers zijn die soortgelijke ervaringen in het buitenland hebben hoor ik het graag.

Iets anders wat in Lissabon erg opvalt is de manier waarop men met voetgangerslichten omgaat. Waar je in Nederland om drie uur 's nachts in een uitgestorven woonwijk nog wel eens mensen keurig voor het rode licht ziet wachten is het hier net alsof die lichten er überhaupt niet staan. Met massale burgerlijke ongehoorzaamheid steekt men zodra het maar even kan over.

Dat geldt niet alleen als er geen verkeer aankomt. Ook als er auto's voor het stoplicht staan te wachten loopt men gerust door, ongeacht de kleur van het eigen licht. En niet alleen jongeren en studenten: ouderen, kinderen, moeders met kinderwagens - iedereen doet het.

Kennelijk is het autoverkeer aan dit gedrag gewend, want ik heb tot nu toe nog geen ongelukken of bijna-ongelukken zien gebeuren. En zelf begin ik me ook aan te passen. Je voelt je toch wat beschaamd als je keurig voor het rode licht staat te wachten terwijl een oud omaatje met rollator en al rustig voor de wachtende auto's langs oversteekt. Ik ben nog een stuk voorzichtiger dan de meeste Portugezen, en zal dat waarschijnlijk ook wel blijven, maar ik moet bekennen dat ik mijn oversteekgedrag ook steeds meer afstem op de verkeerssituatie in plaats van op de kleur van het licht.

En wie weet, misschien is dat ook juist wel veiliger. Je let in elk geval automatisch beter op in het verkeer. Je moet alleen wel uitkijken voor gewenning. Dus als ik binnenkort in Nederland ben, en u ziet me op het punt staan om vrolijk voor een rij wachtende auto's te springen, houdt u me dan voor de zekerheid even tegen?

Zorg

Toen ik enkele dagen na aankomst in Lissabon bij mijn werkgevers informeerde naar de regeling rond ziektekosten, keek men nogal raar op. Mja, er was wel een soort van verzekering voor het geval mij op mijn werk iets overkwam. En verder was er de publieke gezondheidszorg, waar ik waarschijnlijk wel een beroep op kon doen. Maar hoe het nou precies zat? Neuh, daarvan hadden ze eigenlijk geen idee.

Neem dan Nederland. Eén basisverzekering voor iedereen. Duidelijk. Makkelijk. En duur, maar goed, je kunt niet alles hebben. In elk geval: als je als buitenlandse werknemer in Nederland aankomt zet je gewoon een kruisje bij "basisverzekering", je zet je handtekening, en klaar is Kees. Of - waarschijnlijker - Jean, Miguel, George of Nkosana.

Handig, dus, die verplichte zorgverzekering. Tot je ervan af wilt... Want als je als Nederlander regelmatig in het buitenland woont en werkt, en daar ook verzekerd bent (jazeker, na wat verder spitten is het me toch gelukt mezelf hier te verzekeren) voel je er weinig voor om ook die maandelijkse honderd euro naar Amersfoort over te maken.

De eerste keer dat ik naar het buitenland vertrok viel het allemaal nog wel mee. Toen was de verplichte zorgverzekering er nog niet, dus ik zegde gewoon mijn lopende verzekering op, vertrok vrolijk fluitend naar Zweden, en twee jaar later van daar naar Frankrijk.

Daarna werd het moeilijker. Mijn positie in Johannesburg begon pas een half jaar na het einde van die in Parijs. Zes maanden naar Nederland dus, en derhalve ook zes maanden verplicht verzekerd. Het verzekeren zelf was geen probleem: dat was een kwestie van het hierboven genoemde kruisje plus handtekening. En een handtekening van mijn vriendin, want aangezien we in hetzelfde huis woonden leek ons een gezamenlijke polis wel zo handig.

Het probleem kwam toen men vervolgens bij de verzekeringsmaatschappij begon na te denken. Meneer Betterthanbad heeft zich in november 2007 bij ons ingeschreven... Meneer Betterthanbad is een Nederlander... Meneer Betterthanbad was voor november 2007 waarschijnlijk óók een Nederlander... Meneer Betterthanbad was voor november 2007 niet bij ons ingeschreven... De verplichte zorgverzekering bestond al lang voor november 2007... Ha! Fraude! Meneer Betterthanbad moet een boete betalen voor de periode dat hij niet verzekerd was! Deze gedachtengang kostte de verzekeraar ongeveer acht maanden, en dus kreeg ik toen ik al lang en breed in Johannesburg zat het vriendelijke verzoek om te bewijzen dat ik al die tijd in het buitenland had gewoond en gewerkt.

Goed, een aantal brieven met kopieën van salarisstrookjes en Franse verzekeringspapieren later was die knoop ook weer ontward. Direct maar even gevraagd of men mij voor oktober 2008 weer wilde inschrijven, omdat ik dan weer even in Nederland zou wonen. Natuurlijk, geen probleem.

Wel een probleem. Zo bleek, natuurlijk, achteraf. Meneer Betterthanbad was in oktober 2008 helemáál niet ingeschreven, ontdekte ik in november, toen ik al lang en breed weer in het buitenland woonde. Mooi, zou je zeggen: een maand gratis in Nederland geleefd - niet moeilijk over doen. Maar dat gaat dus niet, want dan krijgt meneer Betterthanbad over naar schatting een maand of acht een brief in de bus waarin staat dat hij nu toch echt wel in overtreding was en een flinke boete mag betalen.

En dus begon de komische exercitie van het met terugwerkende kracht mogen betalen voor een maand verzekering. Iets waar een verzekeringsmaatschappij graag aan meewerkt, zo zou je zeggen: wél de premie opstrijken, maar niets hoeven uitbetalen. Beter kan niet.

Na toch nog een verrassend groot aantal brieven en telefoontjes kwam er bericht van de verzekering. Het was gelukt: ze hadden met terugwerkende kracht mijn vriendin per 1 november naar Portugal laten verhuizen. Mooi! Behalve dan dat ze iemand hadden moeten inschrijven, niet uitschrijven. En dat het om mij ging, niet om mijn vriendin. En dat mijn vriendin nog gewoon in Nederland woonde.

Dus maar weer gebeld. Verbazenderwijs kostte het maar één telefoontje om deze stap terug te draaien. Maar meneer Betterthanbad inschrijven, daarvoor moesten we toch nog maar even een briefje schrijven. Hadden we dat dan niet al eerder gedaan? Jawel, maar die brief was kwijt, of nooit aangekomen. Hoe dan ook, van meneer Betterthanbad had het computersysteem nog nooit gehoord.

Duidelijk. Behalve dan dat er welgemeten vijf minuten na het beëindigen van dat telefoongesprek een brief op de mat plofte waarin stond dat de volgens datzelfde telefoongesprek volkomen onbekende meneer Betterthanbad met terugwerkende kracht per 23 september was ingeschreven.

Snapt u het nog? Ik in elk geval niet. Het lijkt erop dat op dit moment mijn vriendin en ik allebei verzekerd zijn. Het enige dat nu dus nog dient te gebeuren is mij met terugwerkende kracht per 1 november weer uitschrijven. Kwestie van één telefoontje of briefje, zou je zeggen...

We houden u op de hoogte.

We wish you...

U merkt misschien niet zo veel van ze, maar ze zijn er nog wel degelijk. Het engeltje op de rechter- en het duiveltje op de linkerschouder.

- Alwéér een feestdagenlogje? Hebben we dat niet laatst ook al gedaan?

- Laatst? In 2005, zul je bedoelen. Dat weet toch niemand meer?

- Wel als we er een li...

- Stil! We plaatsen er geen link naar.

- Oh nee? Houd me maar eens tegen!

- Bah... Jij ook altijd! Maar link of geen link - wat is er mis mee om de mensen fijne feestdagen te wensen? Een beetje engel zou dat toch moeten waarderen?

- Doe ik ook wel. Maar het is zo'n onorigineel idee. Er worden deze dagen al zovéél kerstlogjes geschreven. Kunnen we het dan in elk geval origineel brengen?

- Tuurlijk. Verzin maar wat.

- ...

- Oh ja. En ík ben niet origineel? Kom op, zeg! Hoe zeggen jullie engelen dat? "Het gaat er niet om hoe je het zegt, maar dat je het meent!" Zoiets?

- Goed. Best. Prima. Een ouderwetse, saaie kerstwens, dan. Uit de grond van mijn hart. En het jouwe... Als duiveltjes tenminste een hart hebben.

- Jazeker. We zijn er niet trots op, maar je leert er mee leven. Kom op, met zijn tweeën:

PRETTIGE KERSTDAGEN! E. E.N .E.L.K... HUH?

- ...wat? Geen gelukkig nieuwjaar?

- Jawel. Volgende week.

- Volgende week? Wou je zeggen dat we dan wéér...?

U begrijpt het, deze discussie ging nog wel even door. Ik zal u er niet verder mee vermoeien - de boodschap moge duidelijk zijn. Ook van mijzelf: de allerbeste wensen! Voor de Kerst. En, afhankelijk van wat die twee besluiten, alvast voor 2009. Maar misschien doen we dat volgende week nog wel een keer. Hoe dan ook: fijne feestdagen!

Vooruitgang

Elk goed idee heeft zijn houdbaarheidsdatum. Neem het cassettebandje: een schitterende uitvinding die het voor hele generaties pubers mogelijk heeft gemaakt om de laatste hits uit te wisselen. Het cassettebandje heeft door de jaren heen een hele ontwikkeling doorgemaakt. Eerst was er het 60-minutenbandje, toen kreeg je het 90-minutenbandje, en later zelfs 100- en 120-minutenbandjes. En ook het materiaal werd beter: ijzeroxide werd chroomdioxide, vervolgens ferrochroom en tenslotte metaalpoeder.

Toch hield de ontwikkeling op. Niet omdat bandjes met een langere speelduur of betere magnetisatie niet meer mogelijk waren, maar eenvoudigweg omdat er betere ideeën op de markt kwamen. De DVD nam het over, en de meeste cassettebandjes belandden in de kelder.

Uit dit voorbeeld blijkt maar weer hoe lastig het kan zijn om de toekomst te voorspellen. Als ik u in 1988 had gevraagd hoe de geluidsdrager er in 2008 uit zou zien had u waarschijnlijk een geavanceerd microcassettebandje voor me beschreven. Geen CD, MP3-speler of USB-stick. Als ik u in 1958 naar de toekomst van het koken had gevraagd, had u dan de magnetron voorspeld? De toekomst die we ons voorstellen is altijd een gepolijste versie van het heden, nooit de werkelijke toekomst die het gevolg is van radicaal nieuwe ideeën.

Nog een voorbeeld: het spaarbankboekje. Kunt u zich het nog herinneren? Vroeger, als je een bankrekening opende, kreeg je een boekje mee naar huis. In dat boekje werd met de hand geschreven hoeveel geld je had, en steeds als je geld stortte of opnam werd op de volgende regel in je boekje het nieuwe saldo genoteerd.

Als ik u in 1978 had gevraagd hoe sparen anno 2008 eruit zou zien, wat had u dan geantwoord? U had zich waarschijnlijk een gemoderniseerd spaarbankboekje voorgesteld. Misschien een boekje waarin niet meer met de hand geschreven werd, maar waarin een machine dat voor je deed. Misschien zelfs een boekje met een magnetisch opslagmechanisme - een beetje zoals een cassettebandje.

In de praktijk is het natuurlijk allemaal heel anders gegaan. We kregen computers, internetrekeningen, pinpassen, creditcards, enzovoort. Heel de wereld gebruikt die dingen nu, en het spaarbankboekje is in de vergetelheid geraakt.

Heel de wereld? Nee... Er is één klein landje in het zuiden van Europa waar dapper weerstand wordt geboden tegen al die ontwikkelingen. Want wat kreeg ik toen ik hier als nieuwe inwoner van Lissabon twee weken geleden een bankrekening opende? Jawel, een spaarbankboekje! Precies het boekje dat u zich in 1978 zou hebben voorgesteld. Als ik naar de bank ga stop ik niet mijn pinpas in een automaat. Nee, ik vouw mijn boekje open op de juiste pagina en stop het in een grote machine. Die leest dan de magneetstrip op het boekje, en print de laatste saldowijzigingen. Het allermooiste komt als de bladzijde vol is: dan krijg ik keurig het boekje terug met het verzoek om even het blaadje om te slaan zodat ook de laatste paar regels geprint kunnen worden.

Ik moet bekennen: ik vind het prachtig. Ik waan me in de gefantaseerde toekomst van een bankemployé uit de jaren zeventig. Als ik straks in de winkel ook nog die microcassettebandjes zie liggen is het plaatje helemaal compleet.

Blind Date

(Inzending voor de verhalenwedstrijd van "De Griffioen")

De keuze van het café was in elk geval veelbelovend. Meestal kozen mannen van die typische mannencafé's uit. Een bar waar eigenlijk niet anders dan bier geschonken werd, een televisie die continu voetbal vertoonde, en liefst een paar schaarsgeklede dames aan de muur. Deze kroeg was met zijn uitgebreide drankenassortiment, op bescheiden volume spelende jukebox en mooie filmposters gelukkig gezelliger.

Op de barman na was er niemand aanwezig. Een beschamend ben-jij-het-nu-of-nietmoment werd haar dus voorlopig bespaard. Ze was ook nog aan de vroege kant. Ze koos een tafeltje bij het raam en bestelde een kop koffie. Zou hij zo'n type zijn dat buiten nog een blokje om liep zodat hij precies om elf uur de deur kon binnenstappen? In dat geval had hij nog tien minuten de tijd voor zijn laatste blokje.

Toen de deur openging keek ze verwachtingsvol op. De jongen die binnenkwam zag er beslist leuk uit, maar het kon hem niet zijn. De nieuw aangekomene had donker, bijna zwart haar en was niet veel langer dan één meter vijfenzeventig. Jurgen was volgens zijn e-mails blond en één vierentachtig. Opeens vroeg ze zich af waar ze mee bezig was. Waarom moest het toch altijd langs zo'n onpersoonlijke weg? Waarom kon ze niet gewoon in een kroeg op een leuke jongen afstappen en een praatje aanknopen? Hier zat ze te wachten op de zoveelste blonde internetprins van één vierentachtig, terwijl de ware jakob misschien wel op dit moment aan het tafelje naast de bar ging zitten.

***

De keuze van het café was in elk geval veelbelovend. Meestal kozen vrouwen van die typische vrouwencafé's uit. Een bar vol wijnflessen, doodse stilte, en de nodige Kunst aan de muur. Deze kroeg had tenminste een jukebox, filmposters, een tap en een ruime keuze aan sterke drank.

Het café was bijna leeg: op de barman na zat er alleen een meisje aan een tafeltje bij het raam. Hij vroeg zich af wat zo’n leuk meisje alleen in een café deed. Te zien aan de manier waarop ze opkeek toen hij binnenkwam wachtte ze ook op iemand. Even dacht hij dat het Agnes was, maar dat kon haast niet: dit meisje had rood haar en was bijna even lang als hij, misschien zelfs nog iets langer.

Hij kreeg bijna spijt van zijn afspraak met Agnes. Wie weet wat voor verschrikking er nu weer op zou duiken, en intussen zat daar verderop een leuk meisje in haar eentje aan een tafeltje. Haar aanspreken ging niet - hij kon toch moeilijk met een ander meisje in gesprek zijn als Agnes binnenkwam. Ach, waarom zou hij zichzelf voor de gek houden. Ook als hij geen afspraak zou hebben zou hij haar vast niet durven aanspreken. Hij bestelde een verse jus, en koos een tafeltje bij de bar.

***

Lees meer "Blind Date" »

Post

De e-mail is een geweldige uitvinding, maar er gaat toch niets boven ouderwetse post. Wat is er leuker dan de brievenbus openen en daar tussen alle rekeningen overwacht een brief, kaart of pakje te vinden? Toegegeven, het kost wat meer moeite om post te versturen dan om op "send" te klikken, maar tegenover die kleine moeite staat ook beslist het grote plezier dat onze nationale postbesteller ons voorspiegelt.

Veel mensen weten van mijn brievenliefde, en dus zijn er sinds ik in het buitenland woon al heel wat brieven van Nederland naar Zweden, Frankrijk, Zuid-Afrika en Portugal gevlogen. Vooral mijn ouders zijn fanatieke schrijvers: ik heb intussen een archief van bijna honderd van hun brieven. Tel daar nog de nodige tientallen brieven van vriendin en vrienden bij op, en je hebt een flinke map met post.

Natuurlijk wil ik graag dat de inhoud van die map blijft groeien, en dus gaat er ook zo nu en dan een brief terug. De honderd heb ik denk ik nog niet gehaald, maar ik heb zelf door de jaren heen ook al heel wat afgeschreven. Een twijfelachtig genoegen voor de ontvangers, die ongetwijfeld per brief wel een avondje zoet zijn met het ontcijferen van mijn abominabele handschrift. Maar goed, het gaat om het gebaar.

Ook uit Lissabon is de eerste brief naar Nederland inmiddels verstuurd. Waarmee ik kom tot de goede raad die ik u tot besluit van dit logje wil meegeven. Stel dat u ooit in Portugal komt te wonen. En stel dat u dan een brief naar Nederland verstuurt. En stel dat u diezelfde avond in uw administratie de aanschaf van welgeteld één postzegel wilt verwerken. Stel dat u dan niet meer precies weet hoe duur die postzegel was. En stel tenslotte dat u besluit dat derhalve op het internet op te zoeken. Dan kan ik u sinds kort vertellen: deze link werkt in elk geval niet.

Feestmaand

Ik mag dan drie winters achter elkaar meemaken, gebrek aan zon heb ik allerminst. De Zuidafrikaanse winter is te vergelijken met een mooie Nederlandse zomer, en hier in Portugal schijnt eind november de zon ook nog volop. Nee, over het weer zult u mij niet horen klagen.

Maar toch, het heeft iets vreemds om op een terrasje in de zon je sinterklaasgedichten te schrijven. Inspiratie komt nu eenmaal het makkelijkst als de externe factoren juist zijn, en voor sinterklaasgedichten zijn die externe factoren een brandende kachel, een kop warme chocolademelk en regen die op zijn Rob-de-Nijs' zachtjes tegen 't zolderraam tikt.

Aan de andere kant: de goedheiligman zelf komt natuurlijk ook uit het Middelandse Zeegebied. Als hij in de Madrileense zon zijn gedichten kan schrijven, dan moet ik dat in Lissabon toch ook kunnen? Okee, het kost even moeite om om te schakelen, maar wie weet worden mijn gedichten er uiteindelijk juist wel authentieker van. We zullen zien.

Trouwens, nu we het toch over feestdagen hebben: vandaag besefte ik weer eens hoe gezegend we in Nederland zijn met onze vijfdecemberheilige. Hij voorkomt, zij het ieder jaar weer met meer moeite, in elk geval dat de kerstuitspattingen te vroeg beginnen. Jawel, er liggen in augustus al pepernoten in de schappen, maar één ding blijft ons in elk geval tot zes december bespaard.

Nee, ik heb het niet over etalages met kerstballen. Niet over met groen en rood neonlicht opgetuigde huizen of zingende rendieren in warenhuizen. Ik heb het over de grootste kerstverschrikking aller tijden. Jaarlijks is het weer een sport: hoe lang weet ik hem te vermijden? Meestal geschiedt het kwaad zo tussen de 10e en de 15e december, maar hier in Lissabon heb ik vandaag een nieuw record gevestigd. Tweeëntwintig november. Over de geluidsinstallatie in de supermarkt. Inderdaad: George Michael. Last Christmas, I gave you my heart...